WETENSCHAP – Steeds meer klinkt er gemor rond de coronamaatregelen, die nu toch echt wel beginnen te wegen bij het grote publiek. Vooral het correct en consequent dragen van het mondmasker blijft voor velen moeilijk. Daar heeft Guido Demompelaere (54) uit Bavikhove echter geen last van. “Integendeel”, steekt hij zijn wijsvinger in de lucht. “Ik werk al twintig jaar in Antwerpen, maar het is pas sinds ik dat mondmasker draag dat mijn collega’s mij plots probleemloos begrijpen. Heel bizar.”

“Ik begrijp de logica nog steeds niet”, vertelt de mechanical support manager van een middelgroot havenbedrijf. “Jarenlang kreeg ik te horen dat ik beter moest leren articuleren, wat niet eenvoudig is als je je al eens schuldig maakt aan spontane palatalisatie of een stevige glottisslag. En dan zou je toch denken dat je met een snotvodde vur je mulle al helemaal problemen krijgt. Wel, niets is minder waar. Opeens moet ik niets meer herhalen en gaat het werk tien keer vlotter. Ik denk dat ik dat ding gewoon altijd ga dragen telkens ik in Antwerpen kom.”

Taalkundigen zijn alvast gefascineerd door het geval en hebben Guido uitgenodigd voor meerdere onderzoeken. “Geen idee wat er hier aan de hand is”, zegt fonoloog Xavier Clinckerspleyters van de Universiteit Antwerpen, “maar allicht hebben we hier te maken met een soort wederzijdse neutralisatie van twee negatieve factoren. Net zoals shoarma alleen maar te vreten is als je gezopen hebt, of films van Christopher Nolan plots heel diepzinnig lijken als je eerst een liter lijm snuift en een uur of twee op je kop gaat staan. Zeer interessant, in elk geval.”

Mijn leven is leeg en waardeloos zonder regelmatige updates van Het beleg van Antwerpen. Zet mij op die lijst, godverdomme!
We respecteren uw privacy bla bla...

6 REACTIES

  1. Na bepaalde tijd past ook de fysionomie zich aan het spraakgebrek aan.
    Het probleem is dat de Vlamingen zo lang zijn onderdrukt dat ze zich enkel mommelend durven uit te spreken. Het tuitende mondje alsof je een pilletje in moet nemen is een medische noodzaak.

  2. Ik ken een pastoor met zo’n 20 gelovigen. Soms maakte ik een praatje met hem. Want wie weet hoe het verder moet. Hij kwam regelmatig langs met een fles wijn. Die was niet van de drankhandel want die stond daar vlakbij en daar ging hij nooit naar binnen, dus misschien was het van de supermarkt wat verder, dat is wel goedkoper; het kan zijn dat hij die voor de eucharistie gebruikt maar ook dat hij die zelf alleen opdrinkt thuis. Ik benijdde hem een beetje, maar dit jaar heeft hij het heel wat drukker.

  3. Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitkomt.

    Het onderscheid tussen de twee is wijsheid.
    Veel mensen praten alsof ze eten, dat is hun tongval. Mes en vork.
    Het voedsel is nog organisch, wat eruit komt is meestal mechanisch.

Leave a Reply