PARKING – Het aantal zware filosofische discussies waar treinpersoneel dagdagelijks mee te kampen krijgt, nam afgelopen jaar aanzienlijk toe. Dat blijkt althans uit cijfers die de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen onlangs vrijgaf. Zo werden bestuurders, loketbedienden en voornamelijk kaartjesknippers in 2016 een pak meer geconfronteerd met “lastige” en “schijnbaar eindeloze” intellectuele disputen dan het jaar ervoor. Het zou blijkbaar zowel om ethiek- en moraalgestuurde als epistemologische of kennisgerelateerde kwesties gaan. Het bestuur kondigt aan stappen te ondernemen en gepaste psychologische ondersteuning te willen aanbieden.

Treinconducteurs geraken meer en meer verwikkeld in tijdslopende discussies over goed en kwaad, de aard van kennis en het al dan niet bestaan van een a priori kenbare externe realiteit.

Nieuwe spoorbaas Sophie Dutordoir neemt het probleem “bloedserieus” en geeft aan de zaak spoedig aan te pakken. “Het feit dat fysiek en verbaal geweld tegen treinpersoneel vorig jaar is afgenomen blijft natuurlijk goed nieuws,” verklaarde Dutordoir aan de pers. “Maar dat neemt niet weg dat we ons ernstig zorgen maken over passagiers die, met welke motieven dan ook, onze hardwerkende mensen nodeloos afleiden met onbetaald denkwerk en hun praktisch ingestelde geesten vullen met existentiële zelftwijfel. Dat kunnen we wel missen.”

“We kunnen niet van ons personeel verwachten dat ze met de huidige middelen zomaar een genuanceerde visie op het cartesiaanse denkmodel uit hun mouw schudden, of een post-marxistische kritiek op aanslepende spoorvertragingen gaan pareren als een iets te zelfbewuste passagier hen daarmee belaagt,” vindt spoorbaas Dutordoir.

Ervaren conducteur Swa De Stroopsmeerder (56) werd vorige week nog uitgenodigd op het praatprogramma Van Gils & gasten op zender Eén om een pakkende getuigenis te brengen over zijn ervaringen. “Ik sta al dertig jaar in het vak en dan denk je dat je het allemaal wel gezien hebt,” vertelde de duidelijk geëmotioneerde man aan kijkend Vlaanderen. “Vroeger was het simpel. Op een slechte dag had je te maken met drie of vier moeilijke reizigers, maar je wist wat je kon verwachten. Een zwartrijder die zijn toeslag weigert te betalen of uw moeder vergelijkt met een al dan niet gewillig object van seksuele lust. In het ergste geval stond er al eens een kwaaie tiener voor je neus met een vlindermes. Nu trekt dat crapuul de validiteit en autoriteit van mijn functie in twijfel of wordt mijn persoonlijke eigenwaarde en objectief waarneembare existentie waar ik bij sta in vraag gesteld. Gisteren nog vraag ik een jonge studente op de lijn Mechelen-Leuven naar haar ticket en plots begint dat kind blasé te mekkeren over het gebrek aan intrinsieke waarde van een voorgedrukt betalingsbewijs en de existentialistisch vervreemdende aard van een transactie waarin het individu gereduceerd wordt tot een unidimensionele en gestandaardiseerde consumentenrol. Ja, daar sta je dan met je onnozele klak op.”

“Vroeger maakte een mens zich zorgen over besparingen, afvloeiingen, wilde stakingen en zijn pensioen,” zuchtte de gefrustreerde conducteur op televisie. “Als ik nu na een lange dag thuis kom, weet ik godverdomme niet meer wie of wat ik ben.”

 

Leave a Reply