STAD – Na een bevraging onder automobilisten blijkt dat de zogenaamde ‘middenvakrijder’ veruit de grootste ergernis op onze snelwegen veroorzaakt. Elke dag worden honderden tot duizenden weggebruikers verplicht een nodeloos inhaalmanoeuvre te maken en dat zit de Vlaming stilaan hoog. Toch lijkt het taboe meer een meer bespreekbaar te worden en stuk voor stuk treden jarenlange schuldigen naar voren. Daar is Rudy Duymspijckers (56) uit Merksem het recentste voorbeeld van.

“Het is allemaal begonnen toen ik in 1987 mijn eerste wagen kocht. Een zwarte Citroën 2cv of een ‘Geitje’ zoals men toen vaak zei,” begint de duidelijk beschaamde vijftiger te vertellen. “Ik was zo trots op dat ding. Ik reed er overal mee naartoe. Het werk, de zee, de Ardennen. En toen ging het mis. Iets in mij maakte een klik. Waarom zou ik na elke inhaalmanoeuvre braafjes terug de rechterstrook in moeten voegen? En dat als je weet dat je meteen toch weer in het midden hangt. Het leek allemaal zo logisch. Ik wist niet wat ik deed.”

Rudy met zijn trouwe wagen, waarmee hij jarenlang automobilisten het leven telkens voor een paar tellen zuur maakte.

“Uiteindelijk was het toevallig dat ik tot inzicht kwam,” snikt Rudy verder. “Mijn schoonbroer zat bij me in de auto en halverwege de rit vroeg hij me botweg waar ik mee eigenlijk mee bezig was. Of ik nu per se de hele tijd in het midden moest plakken. En plots stortte alles in. Ik keek in de achteruitkijkspiegel en zag het monster dat ik geworden was.”

“Nu voel ik alleen nog maar schaamte. Ik weet niet wat het ergste is. Alle pendelritten die ik onnodig heb verziekt of het feit dat het me gewoon geen hol kon schelen wie er al die tijd zwaar geïrriteerd achter me hing. Al die onschuldige chauffeurs die ik onbedoeld de linkerstrook heb opgejaagd, alleen maar omdat ik zelf te lui was mij rechts te zetten. Ik weet oprecht niet hoe ik met mezelf verder moet, maar de eerste stap is erkenning van het probleem. Ik denk dat me nu een tijdje aan de kant ga zetten en ga luisteren.”

 

1 REACTIE

Leave a Reply